TWEE MANNEN, EEN CHAUFFEUR EN EEN PASSAGIER, carpoolen elke dag negentig minuten naar het werk door de kale buitenwijken van Los Angeles. De chauffeur is een briljante theoreticus en cultureel analist die dicht bij waanzin is gedreven door de vicieuze cirkels van het dagelijks leven en hun eeuwige herhaling. Hij is tegen elke vorm van spontaniteit en kent al zijn tautologische essays uit zijn hoofd. Hij kwelt zijn passagier door ze hem onophoudelijk te beschrijven, zonder een spoor van mededogen. De passagier daarentegen is een doodnormale jongeman, onzeker over zijn plaats in de wereld, in beslag genomen door een mislukte liefdesrelatie. De film onderzoekt een aantal moeilijke onderwerpen en ingewikkelde theorieën, terwijl het het eenvoudige verhaal vertelt over de laatste reis van de bestuurder en de passagier samen.